Kunstrover mag kledinglijn met gestolen helm erop runnen vanuit bajes
De veroordeelde kunstrover Douglas W. mag voorlopig gewoon kleding met als logo de gestolen helm uit het Drents Museum blijven verkopen vanuit de gevangenis. Dat zegt staatssecretaris Claudia van Bruggen van Justitie en Veiligheid na Kamervragen. Wel noemt zij het 'niet in lijn' met de functie van een gevangenis dat het adres Justitieel Complex Schiphol als postadres van het bedrijf wordt gebruikt.
Douglas W. is een van de mannen die veroordeeld is voor de kunstroof uit het Drents Museum begin 2025. Daarbij werd onder meer de Roemeense gouden helm van Cotofenesti gestolen, een van de topstukken van de collectie. Tijdens zijn celstraf begon hij de kledinglijn BOOK ARREST, met kleding waarop een afbeelding van de gestolen gouden helm staat.
Het bedrijf staat bij de Kamer van Koophandel ingeschreven met het adres van het Justitieel Complex Schiphol, waar Douglas W. zijn celstraf uitzit.
VVD-Kamerlid Ulysse Ellian en JA21-leider Joost Eerdmans stelden vragen aan de staatssecretaris over de webshop.
Geen wettelijke basis voor verbod
Van Bruggen schrijft dat het 'niet past dat een gedetineerde vanuit zijn cel actief handelsactiviteiten ontplooit die zijn delict verheerlijken.' Toch ziet zij geen mogelijkheid om de kledinglijn te verbieden.
Volgens de staatssecretaris is daar geen wettelijke grondslag zolang Douglas W. geen strafbare feiten pleegt, de orde en veiligheid in de gevangenis niet in gevaar komen en slachtoffers niet onrechtmatig worden benadeeld.
Ook is het volgens Van Bruggen niet verboden dat anderen buiten de gevangenis een bedrijf runnen dat in verband staat met een gedetineerde. Daarnaast bestaat er geen wet die verbiedt om geld te verdienen aan commerciële uitingen over een gepleegd misdrijf.
Gevangenis als postadres 'niet passend'
Douglas W. gebruikt het adres van de gevangenis waar hij verblijft als postadres van de webshop. Van Bruggen schrijft dat 'het gebruik van het adres van een justitiële inrichting als vestigings- of postadres van een bedrijf niet in lijn is met de bestemming van die inrichting en niet past niet binnen het karakter van een justitiële inrichting.'
Toch is het volgens haar niet aan justitie om daartegen op te treden. De beoordeling of een ondernemer een adres wel of niet mag gebruiken bij een inschrijving ligt volgens haar bij de Kamer van Koophandel.
Ook de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) noemt het gebruik van een gevangenis als vestigings- of postadres 'onwenselijk'. "Dat past niet bij de functie van een gevangenis", laat een woordvoerder weten. Toch verbiedt de wet het niet om tijdens een gevangenisstraf een bedrijf te beginnen of voort te zetten. Dat mag, zolang de gedetineerde zich aan de regels houdt.
De DJI laat weten wel toezicht te houden en in te grijpen als de regels worden overtreden.
Geen nieuw verbod
VVD-Kamerlid Ulysse Ellian vroeg de staatssecretaris ook waarom een eerdere toezegging om het oprichten van bedrijven vanuit de gevangenis aan banden te leggen, nooit is uitgevoerd.
Van Bruggen verwijst naar een onderzoek uit 2022. Daaruit bleek dat een algemeen verbod moeilijk in de wet is vast te leggen en bovendien kan botsen met het doel om gedetineerden na hun straf weer terug te laten keren in de samenleving. Daarom ziet zij geen reden om nu alsnog zo'n verbod in te voeren.
Regels aangescherpt
Wel benadrukt de staatssecretaris dat de regels voor geldzaken van gedetineerden de afgelopen jaren zijn aangescherpt. Zo mogen zij nog maar beperkt geld overmaken en mag er maximaal 250 euro op hun gevangenisrekening staan.
